2: Het script

Maart-april: het script.

Stap 1: werken met een sceneplan of werken met een script? Of toch een boekje gekocht?

Een sceneplan.
Met de kinderen het draaiboek maken: als groep verzamelen jullie ideeen in een sceneplan. Dat is een schematisch overzcht van scenes waarbij teksten niet worden uitgeschreven.
Voordeel: het scheelt veel typewerk leerlingen doen veel zelf.
Nadeel: je moet duidelijk aangeven wanneer ze niets meer mmogen toevoegen de fases moet je strak aangeven.

Voor het maken van een sceneplan klik op deze pagina.

Een script.
Jij maakt een script op basis van de ideeen van de groep. Je werkt de ideeen uit in dialogen en er rolt een echt toneelscript uit.
Voordeel: helderheid voor de kinderen wat ze precies moeten doen en zeggen.
Nadeel: de tijdsinvestering is redelijk groot (gemiddeld schrijft iemand een script in 24-36 uur).

Voor het schrijven van  een script klik op deze pagina.

Stap 2:
De tweede keuze waar je voor staat is of je een lineair verhaal wil gaan maken of vanuit een raamwerk gaat werken.
SPOILER MAKEN:

Thema: »

//

Lineair verhaal: een klassiek opgebouwd verhaal waarin gebeurtenissen elkaar logisch opvolgen en waar een spanningsopbouw zit.

De klassieke opbouw van een verhaal.
In ieder boek over het maken c.q. bewerken van een verhaal is de klassieke structuur van een verhaal vermeld. Zodat je bestaande verhalen beter leert begrijpen, en opdat je zelf een goede opbouw in een eigen verhaal kunt krijgen waardoor het beter leesbaar wordt.
In het volgende stuk nemen we Assepoester als voorbeeld. We gebruiken daarvoor de originele versie van de gebroeders Grimm.

De inleiding.
De inleiding, of zo je wilt het begin, heet van oudsher ‘de expositie’ omdat daarin het belangrijkste personage of de belangrijkste personages worden getoond in hun eerste, vaak alledaagse situatie. De voornaamste basisinformatie wordt bekend en het publiek verbindt zich met de protagonist (de hoofdpersoon).

Assepoester, de inleiding.
Er was eens een rijke man wiens vrouw stierf. Diens dochtertje vond dat zo vreselijk dat ze iedere dag naar het graf van haar moeder ging om te huilen.

Het motorische moment.
Blijven we (te lang) in de lijn van de inleiding (basale informatie), dan blijft het verhaal te vlak en wordt het saai. Het meisje blijft dan treuren om haar moeder en het publiek gaat zich vervelen. Vandaar dat er altijd een aanwijsbaar moment komt dat het z.g. ‘kernverhaal’, dat waar het verhaal in wezen om draait. Dat is vaak de introductie van een tegenkracht: de Antagonist, zoals een slechterik. Maar het kan ook een gebeurtenis zijn (bijvoorbeeld autopech), of zelfs een mededeling waardoor het kernverhaal op gang komt.

Assepoester, het motorische moment.
De rijke man hertrouwde vrij snel met een vrouw die al twee dochters had. Die dochters waren mooi aan de buitenkant, maar lelijk aan de binnenkant. Ze namen het meisje haar mooie kleren af, pestten haar en lieten haar het al huishoudelijke werk doen. Het arme kind was de hele dag druk bezig en moest ’s nachts ook nog eens naast de haard in het as slapen, waardoor ze vies en grauw werd. Omdat ze er zo uitzag noemden ze haar Assepoester.

De verwikkeling.
Dingen worden complexer, een bepaalde gebeurtenis of reeks gebeurtenissen dragen er toe bij dat er een spanningsopbouw ontstaat. Dingen worden leuker of spannender, en het belang van de hoofdpersoon komt in gevaar waardoor de toeschouwer op het puntje van de stoel komt te zitten.

Assepoester, de verwikkeling.
Ze vroeg aan haar vader een takje, dat takje plantte ze op het graf van haar moeder. Door haar tranen (3 x daags aangevuld) groeide het takje uit tot een boom. Een wit vogeltje kwam haar daar de dingen brengen die zij zich wenste.
Toen het duidelijk werd dat op het aankomende bal de prins uit zou kijken naar een bruid, was iedereen in rep in roer. De Stiefzussen verheugden zich erg en hoonden Assepoester weg, omdat zij ook naar het bal wou. Na wat vervelende huishoudelijke pesterijtjes ging Assepoester naar haar wonderboom en liet zich mooi aankleden (geen vliegende fee dus, overigens ook geen zingende muizen) inclusief de met zijde en zilver bestikte schoentjes (…). Niemand herkende haar, de prins werd smoorverliefd en na een lange avond dansen drong hij aan haar naar huis te brengen, zodat hij kon zien waar ze woonde. Assepoester vluchtte in een duiventil en kwam er door een kledingruil onderuit. Dit herhaalde zich nog een keer (het bal duurde meerdere dagen) maar de derde keer had de prins de trap laten insmeren met lijm waardoor er een gouden muiltje (…) bleef plakken.
De prins wilde trouwen met het meisje dat het muiltje zou passen.

Het hoogtepunt.
Oftewel de ontknoping van het verhaal. Als de spanningsopbouw te snel verloopt komt een en ander gekunsteld over. De herhaling van het schoentje passen maakt het een stuk spannender. Duurt het te lang (had ze vier stiefzussen gehad) verliest het publiek haar interesse, wat je in speelfilms nog wel eens ziet. Je moet dan als kijker door lange trage herhalingen of verhaalelementen ploeteren alvorens er echt wat actie in het verhaal komt.
Je kunt in sommige gevallen bij toneelproducten de opbouw naar het hoogtepunt verlengen door het af te wisselen met aardige acts, een dans of iets anders dat de interesse van het publiek vasthoudt (zie ook subplot in het ////).
Vaak vernauwt het net zich rond de hoofdpersoon of zijn tegenstander(s). De ontknoping van het hoogtepunt is bij theater voor spelers overigens altijd positief, omdat je spelers niet een tijd bezig wil houden met iets waar ze een vervelend gevoel aan overhouden.

Assepoester, het hoogtepunt.
De eerste Stiefzus sneed op aanraden van haar moeder haar eigen teen eraf opdat ze in het muiltje zou passen. Gewaarschuwd door een duif trapte de prins er net niet in.
Hetzelfde gebeurde met de tweede Stiefzus, alleen verloor zij zo tragisch haar hiel.
Op aandringen van de prins mocht ook het vieze assepoestertje het muiltje passen. En toen dat lukte nam hij haar mee op zijn paard waarvan de kleur overigens niet bekend is.

De afwikkeling.
De hoofdpersoon is geslaagd in zij of haar opzet, er rest alleen nog de afronding van de losse verhaallijntjes.
In theater voor spelers is dit het klassieke boontje-komt-om-zijn-loontje-moment, waarmee vaak nog gauw een moraal aan het verhaal wordt meegegeven. Wat dus overblijft, is de zin om te lachen om de ellende van de boef of boeven.

Assepoester, de afwikkeling.
De duiven nemen wraak door de ogen van de Stiefzussen uit te pikken.

Verhoudingsgewijs zie je dat in het middendeel de meeste informatie wordt gegeven. Die verwikkeling is dan ook vaak het leukst, want dat is waar de humor en de spanning ruimte kunnen krijgen. Allemaal om de betrokkenheid van het publiek te vergroten ten dienste van het hoogtepunt.

Thema: »

//

SPOILER MAKEN:
Raamwerk: een basissituatie waarbinnen je scenes sketches en acts kwijtkunt. Zie hier voor de uitleg van een raamvertelling en de werkwijze om er een te maken.

 

Aanwijzingen om een script te schrijven.
Voor het menu om een script te schrijven kijk hier.

Of toch een boekje gekocht?
Heb je een gekocht product gelden de volgende adviezen:

Werk de rollenlijst bij met betrekking op je groep: klopt het aantal rollen, zijn er dubbelingen LINK mogelijk of juist nodig omdat er te weinig rollen zijn?
Aanpassingen: kan er dans ingevoegd? Of hobby’s van kinderen in verwerkt, rages van dit moment misschien?
Scan het scipt zo dat je er een word bestand van kan maken, dan kun je het naar eigen inzicht aanpassen (actualiseren, aanpassen op de eigen schoolsituatie).
Luister naar de muziek: zijn de muziekjes te lang, monteer ze af op zo’n 2,5 minuut. Pas teksten hiervoor aan.
Voeg een inleiding toe met data en afspraken over bijv. tekstkennis. Zie hier LINK.
Voeg rekwisietenlijst toe LINK