5: Geluid

Vreemd toch dat geluid (sfeerversterkende muziek en geluidseffecten) hier als vormgevingsaspect staat aangeduid, je kunt het immers niet zien. Toch kan het gebruik van muziek en geluidseffecten van grote invloed zijn als ondersteuning van de betekenis van je voorstelling. Dit staat los van de leeftijdsgroep of de grootte van je product, ook bij kleine producten met kleuters is gebruik van geluid zeer aan te raden.
Het is bekend dat muziek de kijker stuurt naar de betekenis van bijvoorbeeld een film. Muziek brengt tranen in je ogen tijdens een sterfscène, het wekt spanning op tijdens een thriller, het laat je gillen van schrik bij een griezelfilm en gillen van het lachen bij een komedie. Het is een geraffineerd fenomeen, en niet ingewikkeld om zelf toe te passen. Kijk je naar de beelden bij de scènes waarbij muziek een rol speelt dan zijn die vaak niet wereldschokkend betekenisvol: sluipende voeten, watertrappelende benen, iemand die struikelt of erg geëmotioneerd kijkt. De muziek zorgt ervoor dat de kijker zelf betekenis invult, bijvoorbeeld: alleen de voeten zijn in beeld dus het zal wel een griezelig personage zijn (waar die gedachtegang precies vandaan komt is mij niet helemaal duidelijk).

Voorbeeld: Bambi »

Hou je een kleine enquête over wat het heftigste tekenfilmmoment voor spelers is, is dat opvallend vaak het doodschieten van de moeder van Bambi. Bekijk je die beelden echter zonder geluid dan zie je Bambi en zijn moeder het eerste voorjaarsgras eten, moeder kijkt op. Ze rennen weg en springen over een beekje. Bambi kijkt om en ziet z’n moeder nog, verdwijnt bijna huppelend tussen twee bulten sneeuw. Dan rent hij de beschutting van de bosjes in en kijkt heel blij. Niks heftigs aan dus.
Zet je het geluid echter aan, dan waarschuwt de muziek je al bij het gras eten dat er onheil aankomt, met een soort Jaws-tune achtige interval door een strijkorkest dat aanzwelt, en daarmee wellicht aangeeft dat het gevaar dichterbij komt? Hiermee geeft de muziek informatie die de personages nog niet kennen (een truc die de moeite van het onthouden waard is). Moeder kijkt op en heeft paniek in haar stem, de strijkers zwellen aan en gaan naar hogere tonen. Het eerste schot (een geluidseffect dus) hoor je bij het springen van moeder over het beekje, het orkest is in nu volle gang om de snelheid van het rennen en de paniek van moeder (‘Niet omkijken! Doorrennen!’) te ondersteunen. Wanneer Bambi tussen de twee bulten sneeuw verdwijnt horen we een tweede, zwaarder klinkend schot. Er komt een nadruk op dat schot te liggen door de stilte in de muziek er vlak vóór. Het rustiger worden van de muziek geeft het einde van de stress aan, hoewel je Bambi nog ziet rennen. Het is voorbij, maar dat weet hij nog niet en daarom kijkt hij verwachtingsvol achter zich.
Daarna valt de sneeuw, een hoog, engelachtig koortje zet in, Bambi gaat zijn moeder zoeken en er vallen dikke sneeuwvlokken uit de hemel. Geen vallende moeder dus, bloedspetters, modderige jagersvoeten, of geweerlopen, en toch raken spelers hier nog tot op de dag van vandaag ernstig door geroerd. De film komt uit 1942.
De muziek is overigens o.l.v. Disneys’ hoofdcomponist Frank Churchill gemaakt. Hij was ondermeer betrokken bij Sneeuwwitje (1937, schreef bijvoorbeeld Heigh-ho), Dumbo (1941, kreeg daarvoor een Acadamie Award®), Peter Pan (1952) en 65 korte tekenfilms.

Waarom zou iets dat bij film zo krachtig werkt bij toneel niet ook zo werken? En dat is dan ook zo.

Cindy
Wanneer in het script staat ‘schoolplein: stiefzussen en hun vriendinnen zijn aan het kletsen, Cindy komt van achteren ongezien op, wil omdraaien maar besluit toch door te lopen. De meiden kijken haar vals aan, ze loopt snel voorbij’. Gebruik je spannende muziek dan wordt het een dreigende situatie, maar maak je er ‘zielige’ muziek van dan krijg je medelijden met Cindy, zet je er een harde rock onder wordt het agressief en explosief. Muziek nodigt ook uit tot spel, waarom zou je haar voorbij laten lopen en dan de scène hervatten?

Je kunt spel ontlenen aan de muziek, je er door laten leiden en zo op nieuwe spelideeën komen om de scène verder uit te werken. Je spreekt met de spelers af dat ze de tekst hervatten wanneer de muziek zachter wordt. Je kunt de muziek dan langzaam wegdraaien (fade out). Degene die het geluid bedient blijft altijd onder het stemvolume van de spelers wanneer er wordt gesproken, het kan dus betekenen dat de muziek heel zacht staat, maar dat geeft niets. Het is niet erg als het publiek de muziek onbewust oppikt, het draagt altijd bij aan de sfeer en inhoud van de scène.
Advies is om filmmuziek te verzamelen, daar zijn verschillende manieren voor: lenen in de bibliotheek, kopen, downloaden (legaal, vanzelfsprekend). Je richt je daarbij op films met voldoende spanning. In die films zul je grote wendingen in de muziek vinden. Er zijn een paar componisten die vooral bij dramadocenten erg geliefd zijn, zoals Danny Elfman (Charlie and the Chocolate Factory, Batman, Big Fish) en John Williams (Harry Potter, E.T., Star Wars en andere Spielberg klassiekers).
Probeer de scène uit je voorstelling voor je te zien terwijl je naar de muziek luistert, muziek kan je echt inspireren en je scènes voeden.

Spannende momenten: sluipen, plotselinge opkomst of ontdekking.
Actiemomenten: vechten, achtervolging.
Ontroering: afscheid, verdriet.
Ontspanning: schoolplein, picknick, wandelen.
Humor: om fysieke humor te ondersteunen. Bijvoorbeeld clownsmuziek bij het opzetten van een parasol.
Changeermuziek: stuurt het gevoel van het publiek tijdens decorwisselingen en moet aansluiten bij waar het verhaal op dat moment is.

Spelers kunnen met kleine instrumenten ook zelf muziek bij scènes maken. Door met ritme en volumeverschil te werken kunnen spelers aan de zijkant zo het spel ondersteunen.

Techniek. »

 Microfoons, versterkers, boxen, afspeelapparatuur vallen allemaal onder geluidstechniek. Je kunt je ook hiervoor weer laten adviseren door een theater techniek bedrijf wanneer je dat aanschaft. Heb je een vaste ruimte voor dit soort activiteiten plaatsvinden dan kan zo’n bedrijf bijvoorbeeld adviseren over de grootte van de geluidsboxen en die voor je installeren. Bij de aanschaf van microfoons liggen draadloze tegenwoordig voor de hand. Het scheelt een hoop gehannes en verschilt niet veel meer in de prijs van de traditionele met snoer. Draadloze microfoons hebben vooral voor musicals zeer veel voordelen (zie hier).
De ‘staafjes’, z.g. richtmicrofoons die aan het plafond zijn bevestigd, zijn een aanrader omdat in sommige aula’s de akoestiek erg slecht is, en spelers vaak niet duidelijk genoeg spreken (zie ‘toneelstem’). Bijkomend nadeel kan zijn dat podiumblokken als klankkast fungeren en het lopen op hakken en verplaatsen van decor ook mee wordt versterkt. Een rol vloerbedekking kan dan weer uitkomst bieden. De richtmicrofoons kunnen een ‘blikkerig’ stemgeluid weergeven, praat daarover met de leverancier en test ze uit vóór je ze aanschaft.

Hoe start je al die tracks in? »

  Na het wisselen van cd’s ging men over op de minidisc zodat je zelf je tracks (geluiden, liedjes, muziekjes) kon ordenen, professionals gebruikten massaal de DAT-recorder. Tegenwoordig kan alles vanaf een tablet of zelfs smartphone worden ingestard. Wij adviseren hiervoor een app, te weten: One track mind.
Deze app is ideaal voor dans en theaterdocenten: hij stopt automatisch na iedere track, er zijn een aantal handige functies en is eenvoudig in het gebruik. En het is een stuk goedkoper dan cd’s branden…

Geluidseffecten. »

  Oftewel ‘soundeffects’ (in het script vaak aangeduid met SFX). Dit onderwerp zou ook bij decor kunnen staan omdat de meeste geluiden worden gebruikt om een locatie aan te duiden. Doordat het publiek zeegeluiden hoort hoeven spelers niet zo hard te werken om hen te laten geloven dat ze op een strand zijn. Het voorkomt knullige uitspraken als ‘fijn hè, hier op het strand?’.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of je kunt de geluiden van het internet afhalen of van cd’s die vaak in setjes te koop zijn, of te huur zijn bij de bibliotheek. Er zijn ook websites waar je ze gratis kan downloaden, klik hier voor de zoekmachine.

Voor Cindy zijn gebruikt: een schoolbel, buitengeluiden (vogeltjes), regen en onweer en een claxon van een scooter.

Test in de uitvoeringszaal het volume, geluidseffecten worden steevast te luid ingestart waardoor het publiek kan gaan reageren. Neem de mogelijkheid van geluidseffecten mee als je zelf een script schrijft, het scheelt je vaak gedoe met overbodige handelingen en eerder genoemde hints in de dialogen. Oefen ook tijdens het repeteren al met de geluidseffecten, het helpt de spelers ook bij de inleving. Zet muziekfragmenten en geluidseffecten op volgorde op een cd of in je tablet (zie hierboven)

Holger over geluid.
Ik hou van changementmuziekjes: tijdens de decorwisseling muziek die de stemming van het verhaal vertegenwoordigt zodat je het publiek blijft prikkelen. Waar ik het meeste profijt van heb gehad is het feit dat ik zelf muziekbestanden kan monteren. Ik gebruik daar Adobe Audition voor wat ik erg toegankelijk en prettig vind werken. Het laatste muziekje van scene 2 bijvoorbeeld gaat zo deftig over in changementmuziek cq de startmuziek van scene 3. tegenwoordig willen danskinderen in eindmusicals mashups dansen, wanneer je als regisseur dan niet kan mixen word je erg afhaneklijk van anderen. Mijn tip: leer geluid monteren!