7: Kostuum

5.3 Kostuum.
Kostuums zijn bepalend voor het beeld van de voorstelling en kunnen de inhoud beïnvloeden. Dat is de reden waarom kostuum altijd in overleg met de regisseur wordt bepaald. Is de koning een barokke koning met tierelantijnen en juwelen, of een meer Middeleeuwse koning dus donkerder van sfeer? Welk inhoudelijk aspect wil je benadrukken wanneer rollengroepen tegenover elkaar staan? Dit alles hoeft niet ingewikkeld te zijn en kan zich afspelen op het niveau van kleurkeuze of details als een sieraad of terugkomend kraagje waar je er tien van hebt laten naaien. Kostuum en decor komen overeen in stijl.
Het is altijd leuk om met spelers onderzoek te doen naar de stijl waarin een bepaald type zich kleedt of (in geval van bijvoorbeeld de koning) heeft gekleed. Spelers leren zo veel over de signalen die mensen met hun kleding afgeven. Dat onderzoek kan met behulp van boeken en internet. Sowieso is internet een prima hulpmiddel om tot mooiere kostuums te komen. Voor bijvoorbeeld kleurencombinaties, details en ontwerpen van bijvoorbeeld hoofddeksels kun je je veelal laten inspireren door wat er op het internet te vinden is.

Voor Cindy heb ik ervoor gekozen om haar tijdens het Halloween feest (het bal van de prins) in een Gothic achtige outfit te laten verschijnen. Spelers zijn zich meer dan vroeger bewust van kledingcodes, wat aardige gesprekken en plaatjes op kan leveren.

afb 16

Het aanleggen van een garderobe.
Genoeg scholen hebben geen centrale berging van toneelkleding. Natuurlijk is dat niet in alle gevallen even makkelijk, want kleding moet hangen om het goed te houden, en vind maar eens een plek in een overvol gebouw. Regelmatig zie je op zolders van basisscholen een ijzeren stang tussen twee muren bevestigd bij wijze van kledingrek.
Het mooie van kostuums centraal beheren is dat het tot ieders beschikking is, en er dus makkelijk iets aangekleeds op de planken staat. Maar hoe kom je aan kostuums?
De grootste tip is om in een algemeen ouder communiqué aan te geven dat je een kostuumkast wil samenstellen en daar hulp bij nodig hebt. Geef de dingen aan die je daarbij nodig hebt, anders krijg je bij wijze van spreken nog de oude baby rompers toegestopt. Vraag alleen zaken die niet snel te regelen zijn zoals: hoeden en petten (geen caps), uniformen, jurken en rokken in redelijk kleine maten, hakjes tot een bepaalde maat.

Het mooie van een garderobe is ook dat spelers in een productie niet helemaal zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen kostuum en ergens op terug kunnen vallen.

Repeteren in kostuum.
Een kind voelt zich eerder een prins als hij een mooi jasje aan heeft. Tot die tijd kun je hem wel overhalen om zich in proberen te leven in zijn rol, maar het werkt voor het fysieke spel (zie //// 4.9.14) goed wanneer kleding en dus ook schoenen, al in een vroeg stadium beschikbaar zijn. Er zijn scholen met slechte ervaringen hiermee omdat kleding uiteindelijk beschadigd of verkreukt het podium op moest. In geval van wilde spelers moet er een z.g. oefenkostuum komen.
Een stiefzus die in de repetitie op hoge hakken moet lopen en dat lastig vindt kan al leuke aanknopingspunten voor een bewegingspatroon geven. Een speler in een lange jas beweegt anders, en die beweging geeft eigenheid aan een rol. Als je dat versterkt, stileert, werk je naar helder spel toe. Het kostuum hoeft niet tot in de puntjes verzorgd al de repetitie te halen, maar bovenkleding en schoenen zijn vaak erg prettig.

Stilering in kostuum.
Met stilering bij kostuum kunnen verschillende dingen worden bedoeld. Bijvoorbeeld stileren met kleur (de helden in warme kleuren, de slechterikken in zwart), in accenten (met kussens een groot achterwerk maken van een koningin bijvoorbeeld) of grootte (een hele grote of juist piepkleine kroon van de koning).
Er zit altijd een gedachte achter de stilering.

Dubbelrollen.
Bij spelers met dubbelrollen is het gebruikelijk dat ze waar mogelijk zwarte schoenen en een zwarte broek dragen. Die zijn neutraal en het is handig om alleen bovenkleding te wisselen. Zoek met de regisseur ook naar mogelijkheden om de kledingchangementen op te lossen met een hoed en omslagdoek bijvoorbeeld. Lange jassen, ruime jurken en overalls e.d. zijn erg praktisch omdat je twee kostuums over elkaar kunt dragen wat sneller werkt bij de wisselingen.
Zie hier voorkledingchangementen tijdens de voorstelling par 6.3.3 blz ///.

Statusladder en kostuum.
Het is zeer zinvol als je naast de bespreking met de regisseur over de inhoudelijke kant van de voorstelling en de consequenties die dat voor de kostuums heeft ook het script goed te lezen. In een goed geschreven script ontdek je een statusladder (zie par 3.4.15 blz ///), die kun je ondersteunen met kostuums.
Neem bij Cindy het vriendenclubje rond Thomas, de ‘prins’ in het stuk. Er zit een helder verschil in status, waarin Thomas de hoogste status heeft en /// de laagste. Je voelt waarschijnlijk al aan dat wanneer Thomas skate achtige merkkleding draagt, die nieuw en mooi van kleur moet zijn. Degene die daar onder op de statusladder staat draagt ongeveer dezelfde kleding maar net iets minder nieuw, enzovoorts. De laagste statusspeler kun je een net te korte broek aan laten trekken of kleurencombinaties kiezen die net even onhandig uit de verf komen.
Hoe lager de rol in status is, hoe minder goed de kleding past, hoe slechter de kleuren enzovoorts. Afhankelijk van de visie van de regisseur en het product kan dat van zeer opvallend naar subtiel zodat het niemand echt overdreven opvalt, maar men de kostuumkeuze wel goed bij de rol vindt passen. Oftewel: status kan je van dienst zijn bij de analyse van de kostuumkeuze.

Zelf maken.
Er zijn mensen die hun hand niet omdraaien voor het in elkaar naaien van tien rokjes o.i.d. Wanneer je zelf dat talent hebt heb je een voorsprong op veel anderen die theater maken en wanneer je een ouder in je team hebt die dat kan moet je dat zeker koesteren. Feit is namelijk dat je bij kindertoneel vaak op zoek bent naar meerdere dezelfde kostuums, en dat vaak niet eens in de juiste maat te verkrijgen is mocht je daar het budget al voor hebben.
Het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld te zijn, veel kun je met accenten op neutrale kleuren oplossen.

Cindy, kostuum:
De Stiefzussen zouden op hoge hakken. Na een paar weken repeteren kwamen de hakken aan. Hilarisch, want beide meiden hadden er nog nooit op gelopen. Hun schutterigheid leverde een labiel soort spel op dat een duidelijke toevoeging gaf aan alles wat er daarvoor met hun spel was gebeurd. Ze werden onberekenbaarder, leken continu een beetje aangeschoten, hielden elkaar regelmatig vast en hadden een zelfde soort motoriek. Dat in combinatie met het metafoor van de ganzen (zie //// 4.9.21) gaf een mooi resultaat.

Kleuters.
Omdat je bij kleuterproducten vaak te maken hebt met rollengroepen zoals ‘de kabouters’ of ‘de konijnen’ is het aan te raden eenheid in de kostuums te brengen. Een handige moeder heeft in een uurtje 15 kaboutermutsen onder de naaimachine gehad, en een tiental hard kartonnen oren heb je ook zo uitgesneden en op haarband bevestigd. Juist de eenheid geeft een mooi beeld dat erg klikt met deze leeftijdsgroep, al zit het hem maar in dezelfde kraagjes.
Het is een aanrader om e.e.a. van duurzamer materiaal dan karton te maken zodat je het na een tijd opnieuw weer kan gebruiken. Het kan nooit kwaad om dit soort dingen op voorraad te hebben, bijvoorbeeld voor een dramales.

Zelf aan de slag.
Het is voor de meeste rollen in kinderstukken bijvoorbeeld aan te raden vaak neutrale donkere schoenen te dragen. Als de speler die niet heeft en de ouders doen niet hun best die bijvoorbeeld van een buurtkind te lenen, dan houdt het al snel op.

Kostuum tijdens de uitvoeringsdag.
Het is belangrijk dat de organisatie rond kostuum ook op de uitvoeringsdag lekker verloopt. Streef ernaar om alles ruim vóór de uitvoeringsdag geordend klaar te hebben. Vertrouw er niet op dat spelers hetzelfde inzicht hebben dan jij hebt. De situatie dat een spelerzegt een (door jou neutraal bedoelde) zwarte broek op de uitvoering mee te nemen en dan met een vale spijkerbroek aankomt die niet in het plaatje past, had voorkomen kunnen worden. Eis dat de kleding voortijdig binnen is. Hang het geheel aan een kledingrek en maak kartonnen stroken met rolnamen voor aan de hangers, zodat spelers niet elkaars kostuum gaan uitproberen. Het voordeel is ook dat je direct aan de lege hanger ziet wie zijn kostuum nog niet heeft opgeruimd.
Ben je handig met draad en naald, zorg dat je een naaidoos bij je hebt om laatste zaken vast te zetten of eenvoudig te verstellen.
Maak goede afspraken met de spelers over hoe voor jou de organisatie het prettigst verloopt. Vergeet daarbij niet de organisatie na de voorstelling en voorkom dat jij kleding staat op te hangen terwijl de rest al thuis zit.

Zorg voor een krat waarin je alle hoofddeksels opbergt.